De liturgie die wij volgen wortelt in de vroeg-kerkelijke traditie. We spreken ook wel van het ‘oecumenisch ordinarium’. Onder ordinarium verstaan we de vaste onderdelen van de kerkdienst, die in principe iedere zondag hetzelfde zijn: Kyrie en Gloria, de geloofsbelijdenis (het Credo), Sanctus en Benedictus (het Heilig heilig) en Agnus Dei (het Lam Gods). Onderdelen die de meeste van ons ook kennen uit de mis. Ze vormen het geraamte van de liturgie. Deze structuur is lang voor de reformatie ontstaan. In de Lutherse traditie heeft men over het algemeen deze vorm in stand gehouden. Met oecumenisch bedoelen we dat deze orde van dienst in een groot deel van de Westerse kerk gebruikt wordt, zoals bijvoorbeeld in de Rooms-Katholieke en de Anglicaanse kerk.

Met het Kyrie eleison (Heer ontferm U) roepen we God aan voor de nood van de wereld. Het kyrie is tegelijkertijd een hulde. We belijden dan Christus de Heer (de Kyrios) is. We geloven dat ons leven onder het gezag is gesteld van Hem, die de koning van vrede is. Met Gloria in excelsis Deo (Ere zij God in den hoge) prijzen wij Gods naam, omdat zijn barmhartigheid geen einde kent.  Tegen alles in, soms tegen onszelf in, blijven we hoog op zingen van Gods liefde en van zijn koninkrijk dat komt.

De gebedsgroet markeert het gebed, waarmee we alle gebeden aan het begin van de dienst afsluiten. Het is een wederzijdse begroeting: De Heer zij met U - en met uwen geest.  In de liturgie gaat het over en weer. Het is een wisselwerking tussen voorganger en gemeente.

Vervolgens gaat de Bijbel open. We lezen de Schrift, maar we zingen er ook uit, in bijvoorbeeld de Gradualepsalm. Graduale komt van trap (gradus). Vroeger werd die psalm gezongen op de trappen van de lezenaar. Wanneer we uit het evangelie lezen, dan geloven we dat Christus zelf tot ons spreekt in de woorden uit de Bijbel. Daarom zingen we een feestelijk halleluja voordat het evangelie gelezen wordt. Omdat we dankbaar zijn voor de woorden die tot ons komen, gaan we daarbij staan. Het evangelie maakt ons bovendien tot opstandige mensen: we zijn Paasmensen!

Na de preek zingen we de geloofsbelijdenis, het credo of een lied dat aansluit op de preek. In de viering van het avondmaal komen de vaste elementen uit het ordinarium weer terug: het Sanctus en Benedictus en het Agnus Dei.